Na aanleiding van het "bijwerken"van m`n achterstallige leesvoer, waaronder diverse Feeds van collega Edubloggers, werd mijn aandacht getrokken door een artikel dat Wilfred Rubens op 6 april op z``n website heeft geplaatst.Onder de titel
"Liever communicatie via Facebook dan via een ELO"
Ik citeer:
"Binnen inleidende scheikundecursussen van de Iowa State University was sprake van geringe studentparticipatie. Discussies binnen de elektronische leeromgeving WebCT kwamen nauwelijks goed van de grond. Aangezien jongeren op behoorlijk grote schaal social networking tools als MySpace en Facebook gebruiken, hebben Jacob Schroeder en Thomas J. Greenbowe daarom deze laatste applicatie binnen een gevalstudie ingezet. Studenten zetten deze applicaties immers ook dikwijls in voor onderwijsdoeleinden, blijkt uit Amerikaans onderzoek."
Vervolgens beschrijft Wilfred een aantal opvallende zaken, die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen. Op basis hiervan formuleert hij, voorzichtig, een tweetal hypthesen, waar ik me zondermeer in kan vinden:
Het informele karakter van Facebook past beter bij een vrijblijvende inzet van online discussies, dan communicatietools van meer formele elektronische leeromgevingen.- De eigenschap van Facebook dat je een geschreven bijdrage kunt illustreren met een afbeelding stimuleert het gebruik ervan binnen het onderwijs, in vergelijking met communicatietools die die functionaliteit niet hebben.
Ik zou daar graag wat aan willen toevoegen. In mijn ogen is het namelijk niet relevant of het nu gaat om studenten, leerlingen of deelnemers, eigelijk wil iedereen gewoon zijn of haar eigen leerproces bepalen. Ik ben er ook van overtuigd dat dit onderzoek, waarbij Facebook het "leidend voorwerp"was, geldig is voor vele soorten sociale media. In Nederland zou Hyves deze rol wel eens naadloos kunnen vervullen. Maar evengoed zou het kunnen gelden voor Slideshare, Picasa, Flickr of Youtube- achtige media.
Waar het om gaat is volgens mij dit: met behulp van de sociale media kun je op een informele wijze die dingen doen of onder de aandacht brengen waar je een goed gevoel van krijgt.
Dat je, door het gebruik van deze media, bijna per ongeluk, ook nog eens wat kunt leren is daarbij voor de lerenden bijzaak. Het onderwerp dat je aandacht heeft is leidend. Of het hierbij nou gaat om de inhoud van een scriptie, een toetsopdracht of je favoriete voetbalclub of rockband, is om het even. Het medium dat hierbij wordt ingezet wordt teruggebracht tot de juiste proporties, dat is gewoon het vervoermiddel voor je zoektocht geworden en is niet langer , zoals bij een ELO bijvoorbeeld vaak aan de orde is, leidend in datgene wat je moet doen.
Ik zou er dan ook een warm voorstander van zijn om, ook in Nederland, te onderzoeken, op welke wijze je dit informele leren nu zou kunnen inzetten, zodat het toch output oplevert die op enigerlei wijze te valideren is.
Volgens mij zijn er studenten, leerlingen en deelnemers genoeg, die ons bij een dergelijk onderzoek zouden kunnen en willen helpen. Wie pakt de handschoen op?
1 reacties:
Akkoord.
Een reactie plaatsen