donderdag 9 oktober 2008

Onderwijspersprijs


Voor het artikel dat Anja Vink voor M van NRC Handelsblad schreef onder de titel "Dit onderwijs vergroot de achterstand" kreeg zij onlangs de nationale prijs voor onderwijsjournalistiek. Ter gelegenheid hiervan las ik het volgende stukje voor:
Het volgende bestaat uit drie delen. Het eerste deel is onvriendelijk, het tweede deel is belangrijk, het derde deel is nostalgisch.

Het eerste, het onvriendelijke deel:
Er is de afgelopen paar jaar in de pers veel aandacht besteed aan het onderwijs. De kwaliteit van de meeste publicaties is echter niet best. Veel artikelen zijn flinter-, flinterdun. Er is heel veel onzin geschreven. Veel schrijvers, journalisten en columnisten, vallen in een oude valkuil: hun eigen schooltijd als referentiekader. Iedere docent met meer dan 10 jaar ervaring tot wat voor ellende dit leidt. Journalistiek heeft WEL invloed. Samen met de vreselijke organisatie Beter Onderwijs Nederland heeft de pers het Nederlandse onderwijs aanzienlijke schade toegebracht. Er heerst nu een beeld dat weinig te maken heeft met de werkelijkheid. “Aha”, zult u zeggen, “dit is weer zo iemand die alleen maar positief nieuws wil.” Nee hoor, veel onderwijs verdient met verve in de grond te worden geboord, maar dan wel met kennis van zaken.
Naar verhouding zijn ongelofelijk veel opinies geventileerd, “ik vind”-columns van mensen die niets van belang vinden, die nooit in een school komen. Eigenlijk best verstandige opinieleiders zoals Chavannes, Zwagerman en Blokker verkopen kletskoek.
Het resultaat: de bovenlaag van het onderwijsveld, de beruchte kleilaag, grijpt in een spastische kramp terug op het verleden en durft de werkelijke problemen niet aan te pakken. Nee, er is niet teveel in het onderwijs veranderd, er is veel en veel te weinig veranderd. Het onderwijs ligt mijlen achter op de ontwikkelingen in de rest van de maatschappij. Dat is slecht voor de maatschappij en slecht voor de leerlingen.

Het tweede, het belangrijke deel.
De Nederlander brengt gemiddeld eenvijfde van zijn levensjaren overdag op school door. Circa 3,5 miljoen kinderen en jongeren zitten op school waar zij les krijgen van circa 330 000 volwassenen. Het onderwijs omvat een enorme sector van de maatschappij. Het onderwijs verdient daarom diepgravende en kritische aandacht. Maar “buitenland” heeft meer glamour, “economie” is sexier, “sport” lucratiever, “kunst” en “boeken” zijn intellectueler, zo denkt de journalist vermoed ik. “Onderwijs”, dat zijn de saaie uren van de jeugd, denkt de journalist. Maar onderwijs is spannend als je voldoende diep graaft, als je ziet dat het over het spannendste deel van het leven gaat: de jeugd. Onderwijs is zinvol, als het goed onderwijs is, en onzinnige tijdverspilling, als het slecht is. Dat laatste is vaak het geval.
De zin? Waarom sturen we kinderen naar school? Ik denk dat we kinderen naar school sturen om ze voor te bereiden op volwassenheid ten behoeve van henzelf en ten behoeve van de samenleving. Iemand voorbereiden op volwassenheid gaat verder, veel verder dan hem vaardigheden en competenties aanleren, is heel veel meer dan goed reken- en taalonderwijs. En is veel moeilijker.

Het derde, het nostalgische deel.
Ruim een week geleden bezocht ik de eerste school, waar ik les gaf. Ik praatte in de directiekamer met de opvolger van Johnny Jones, de directeur met wie ik ruzie had. Ik zat in de verlopen docentenkamer waar toen, meer dan 40 jaar geleden, de stencilmachine stond. En ik bezocht een aantal klassen met soms meer dan 100 jongens, diep-zwarte, aardige jongens in smetteloos witte overhemden met das. De school staat ergens op het platteland van Uganda. Dat land ging in de laatste veertig jaar door een diep dal en krabbelt nu overeind. Wat heeft Uganda nodig? Jonge mensen die goed kunnen rekenen en foutloos kunnen schrijven? Nee, jonge mensen met verantwoordelijkheidsgevoel, vol zelfvertrouwen over de bijdrage die zij aan hun land gaan leveren, jonge mensen die hebben geleerd dat zij hun buren niet moeten haten, die hebben geleerd welke hun talenten zijn en die die talenten enthousiast en energiek willen inzetten voor eigen en andermans welzijn, jonge mensen die snappen wat democratie is.
Tja, dat soort jonge mensen kunnen we hier ook gebruiken. Daarom moet serieus worden nagedacht over goed onderwijs. Daarom moet serieus, met aandacht, met respect voor de mensen die er werken, met respect voor de diversiteit van dit enorme maatschappelijke verschijnsel en intelligent over onderwijs geschreven worden.

Kijk op andere edublogs....