woensdag 23 april 2008

Anders Leren met technologie

Anders leren
Toen Ad van der Laan afgelopen weekend zijn artikeltje op deze blog plaatste met het enthousiaste verhaal over de Clickers, die hij had gezien op een school in New York, werd ik eigenlijk een beetje wakker geschud. Wat doen we in het onderwijs toch relatief weinig met de mogelijkheden die de techniek ons geven.
Hij bracht me weer op het idee om nog eens te kijken naar een tweetal videofilmpjes die ik gevonden heb op YouTube.
In de filmpjes wordt ingegaan op het gebruik en de inzet van Iphones ( mogen natuurlijk ook Ipod`s zijn, met WIFI aansluiting ! ) als deze bewust zouden worden ingezet als leermiddel. Met name in het voortgezet onderwijs én het middelbaar- en hoger beroepsonderwijs liggen hier absoluut kansen.
Kijk, en oordeel zelf:



Wil je ook het andere filmpje bekijken klik dan hier.
Bedenk dat een en ander, uiteraard, op ieder gewenst niveau kan worden ingezet. verder moet je een beetje door het hoge Iphone gehalte heenprikken. Het merk en de gadget zijn immers niet van belang. Wél van belang is de kijk die je hebt op het leren. Hoe leren mensen?

Betekenisvol (Bron: Harry Gankema)
In de neuropsychologie wordt leren opgevat als: ‘een neurale aanpassing van de hersenen op een betekenisvolle ervaring’.
Het begrip ‘betekenisvol’ wordt intrinsiek bepaald door het cognitieve systeem van de lerende. De beleving er van kan extern worden gemanipuleerd, niet worden opgelegd.
De aard van de betekenisgeving en dus het kenmerk van de neurale aanpassing wordt zelfs door het individu niet op bewust niveau beleefd, laat staan dat een extern persoon daar invloed op kan hebben.

Constructivisme
De vaststelling dat een mens zijn eigen kennis construeert is de kern van de constructivistische leerpsychologie. Het heeft veel invloed gehad op het denken over (nieuw) leren, maar opmerkelijk genoeg niet over wat de aard van "kennis" is. We zien nu ook dat het onderwijs in contact treedt met neurobiologen over wat ‘leren’ is, maar dat de tussenstap van de cognitieleer wordt overgeslagen. Iets waar de neurowetenschappers zelf ook aandacht voor hebben, maar het onderwijs nauwelijks.

Het leermodel van Gankema heeft drie belangrijke kernelementen:
- We beschikken over 4 kennissystemen die elk om een eigen leerbenadering vragen
- Deze 4 kennissystemen zijn een gevolg van de evolutionaire ontwikkeling van mens en dier. De ontwikkeling van het informatieverwerkingsvermogen van een kind tot volwassenheid volgt deze ontwikkeling (rijpingsfasen (zie ook Piaget en Erikson)
- Ook bij een volwassene zijn deze 4 systemen niet geïntegreerd, maar kunnen bepaalde kenniselementen worden verwerkt binnen een systeem waarop dat op jongere leeftijd niet kon (cognitieve interactie).

Intuitief of intentioneel
Een heel belangrijke aanname van het model is de principiële scheiding tussen systeem 1 en 2 enerzijds en systeem 3 en 4 anderzijds.
Het is de scheiding tussen beleefde kennis en verwoorde kennis: informeel ↔ formeel; intuïtief ↔ intentioneel etc. etc. We benoemen deze tweedeling als de scheiding tussen genetieve kennis en culturele kennis
De aanname is gebaseerd op de gedachte dat de (filmische) dynamiek van betekenisgeving in de natuur in strijd is met de dynamiek van de met taal gecreëerde culturele betekenisgeving De natuur wordt in zijn wezen zintuiglijk beleefd en ‘zin’ (=zinnelijk) gegeven door een procesvoortgang te beleven en te voorspellen.. De cultuur wordt in talige categorieën ontleed en door logische relaties zin (=betekenisvolle woorden) gegeven in het hier en nu..

Misschien lijkt dit, binnen de industriële benadering van het huidige onderwijs een academische vaststelling. (immers de school moet formele kennis intentioneel overdragen)
Dat is het echter niet! Een school moet tegenwoordig niet alleen kennis overdragen.(dat kan inderdaad alleen maar formeel en intentioneel. Maar de school moet nu ook een resultaat in de hersens van het kind bereiken. En dat resultaat is opgeslagen in systeem 1, 2, daar zit de kennis waarmee professionals alledaagse problemen aanpakken. Die laag bereik je met zintuiglijke ervaringsoverdracht. Met ICT, drama, gaming, modellen, simulaties. Een kind met volgroeide modellen in systeem 2 maakt gemakkelijk de overstap naar de verwoording er van. Maar het gelijktijdig werken aan niet talig begrip en talige communicatie over dat begrip is een noodlottig leerproces voor alle dyslectici, veel hoogbegaafden en de meeste jongens.
Van dyslectische leerlingen tot hoogbegaafden. Het zouden doelgroepen kunnen zijn die, door middel van een andere inzet van technologie , gebaseerd op dit leermodel, wel eens fantastische , individuele resultaten kunnen gaan boeken.

Kijk op andere edublogs....